Spoorelementen: wel of niet opnemen in bemestingsplan?

Share this article

Last updated: 01/05/2026

Spoorelementen: wel of niet opnemen in bemestingsplan?

Een belangrijk onderdeel van de teeltvoorbereiding is het bemestingsplan. Uiteraard wordt hierbij in eerste instantie gekeken naar de belangrijkste hoofdelementen stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Ook de bodem pH en het organische stof gehalte zijn belangrijke factoren die gelukkig steeds meer aandacht krijgen. De pH en het organisch stof gehalte hebben immers een groot effect op de plant-beschikbaarheid van nutriënten. Maar besteed u ook voldoende aandacht aan de aanwezigheid én beschikbaarheid van spoorelementen?

Belang van spoorelementen

Voor een goede groei en kwaliteit van het gewas zijn spoorelementen essentieel. Anders dan de hoofd- (N, P, K) en secondaire elementen (S, Ca, Mg) zijn spoorelementen zoals bijvoorbeeld ijzer (Fe), mangaan (Mn), zink (Zn), boor (B) en molybdeen (Mo) maar in kleine hoeveelheden nodig. Reden hiervoor is dat spoorelementen minder vaak worden verbruikt voor het vormen van droge stof in het gewas. Daarentegen spelen de spoorelementen vaak wel een cruciale rol in de stofwisseling van planten. Zo zijn veel enzymen volledig afhankelijk van spoorelementen om goed te kunnen functioneren.

De Duitse wetenschapper Justus von Liebig omschreef in 1840 al dat de groei van gewassen wordt bepaald door het nutriënt die relatief het minste aanwezig is. Vaak wordt deze ‘wet van Liebig’ weergegeven als een ton waarvan de duigen symbool staan voor een element. De ton is dan nooit verder te vullen dan de kortste duig. Kortom: ook een tekort aan spoorelementen kunnen leiden tot gebreksverschijnselen en opbrengstderving.

Wanneer bemesten met spoorelementen?

Er bestaat discussie over de nut- en noodzaak van het bemesten met spoorelementen. Vaak wordt met het gebruik van dierlijke mest al voldoende spoorelementen aangevoerd om in de behoefte van een gewas te voorzien. Maar aanvoer van nutriënten (bemesten) is nog niet het zelfde als het plantbeschikbaar stellen van nutriënten (voeden van het gewas). Zo geldt dat voor veel nutriënten de beschikbaarheid snel afneemt bij een hogere bodem pH.

Bij een laag organisch stof gehalte zijn nutriënten gevoelig voor uitspoeling, terwijl bij hoge organische stof gehaltes specifieke elementen, zoals mangaan, juist worden gefixeerd. Ook spelen weersomstandigheden, en dan met name droogte, een cruciale rol als het gaat om de beschikbaarheid van spoorelementen.

Andere kennisartikelen

Op zoek naar meer kennis? Bekijk onze andere kennisartikelen en nieuwsupdates.

Naar de expertise pagina